Vorig weekend zijn we weer de toeristische toer op gegaan. Nadat we zaterdag afscheid genomen hebben van bijna alle zusters (enkel zuster Miet is hier nog), zijn we gaan zwemmen aan het strand bij El Dorado. Dankzij een grote golfbreker konden we daar de zee in gaan.
Zondag verlegden we onze grenzen, letterlijk. We bezochten Ganvié, een dorp op het water. In het begin van de 18de eeuw kwamen de kolonisatoren hier in Benin toe om slaven te verhandelen. Het werd een strijd tussen de verschillende koninkrijken die Benin toen telde. Eén koning zocht naar een oplossing voor zijn volk. Hij voer de rivier af en kwam op het meer Nakoué uit. Hier zou zijn volk veilig zijn. De legende vertelt dat alle krokodillen van het meer de koning geholpen hebben om zijn volk te verhuizen en de huizen op het water te bouwen.
Het resultaat is een dorp met zo'n 30 000 inwoners volledig op het water gebouwd. Misschien wel te vergelijken met Venetië, maar dan in West-Afrika. Kinderen spelen er in de boten, handelaars varen tussen de huizen om hun goederen aan de man/vrouw te brengen. Ze hebben er zelfs een "rue des amoureuses". Prachtig, pitoresk en toeristisch!
Deze week gaat ons project verder. We spelen met de kinderen van de foyer. Omdat het onze laatste volle week is, hebben we ook een bezoekje gebracht aan de markt waar veel straatmeisjes 'wonen'. Op de markt hebben de zusters van Don Bosco twee lokalen om aan alfabetisering te doen en een barak waar de meisjes kunnen komen dansen, zingen en spelen.
Enkele straten verder staat het 'maison d'esperance', de derde opvangplaats. Hier kunnen meisjes een beroep leren: keukenhulp, zeep maken of bakkerij. 's Middags kunnen de meisjes er komen eten en 's avonds mogen ze er blijven slapen.
Op 'onze' foyer spelen we mikado, uno, domino, snakes&ladders en rummikub.

